Visie

Emotionele ontwikkeling van het kind

Ieder kind heeft recht op een omgeving waarin een goede emotionele ontwikkeling doorgemaakt kan worden. Ook is het nodig dat je goed luisteren en kijken naar de lichaamstaal van een kind en daardoor goed kan inspelen op de behoefte van het kind. Het kind het gevoel geven dat het oké is hoe het zich voelt, en dat het daar uiting aan mag geven is hierbij ook erg belangrijk . Hierdoor gaat het kind op onderzoek uit en ontwikkeld het zich op eigen tempo. Als gastouder zal ik in alle dagelijkse activiteiten gericht zijn om samen met de kinderen te werken aan deze ontwikkeling. Hierbij kun je denken aan voorlezen, knutselen, buitenspelen etc. Maar ook bij het broodje eten, boodschappen doen, naar bed brengen etc.

Omdat gastouderopvang kleinschalig is (maximaal 6  gastkinderen), heb je te maken met een kleine gezinssituatie waarbij het kind zich al snel veilig en vertrouwd zal voelen. Dit komt ten goede aan de emotionele ontwikkeling.

Ook is het erg belangrijk om als gastouder goed contact te hebben met de vraagouders. Zowel bij het breng moment als bij het ophaal moment besteed ik hier veel aandacht aan. Ik wil graag weten hoe het kind het thuis heeft gedaan als het gebracht word, zo kan ik rekening houden met gedragingen van het kind. En ook vertel ik bij het ophalen hoe het kind het hier gehad heeft, of het goed gegeten/gedronken heeft. Hoe het slapen ging, wat we allemaal gedaan hebben en of het samen spelen leuk ging. En of het veel gelachen of gehuild heeft.

Motorische ontwikkeling en zelfstandigheid van het kind

De motorische ontwikkeling kun je opsplitsen in twee delen. De grove en de fijne motoriek. De grove motoriek zijn de grote bewegingen van het kind. Lopen, zitten, staan, klimmen/klauteren en stoeien bijvoorbeeld. De fijne motoriek zijn de kleine bewegingen van het kind. knippen, plakken, kleien, met vork eten, puzzelen of tekenen bijvoorbeeld.

Niet ieder kind is in de motorische ontwikkeling even snel, en de een is sneller in grof en de ander in fijn. Ook vind niet elk kind het leuk om iedere keer weer wat nieuws te moeten leren. Maar ik zal altijd bij elk kind afzonderlijk bekijken waar het aan toe is en het daarin begeleiden en stimuleren. En gericht activiteiten aanbieden om de deze ontwikkeling zo goed mogelijk te ontplooien. Natuurlijk is er ook altijd ruimte waarbij het kind zelf aan mag geven wat hij of zij graag wil en luister ik daar ook graag naar.

Voor de ontwikkeling van de grove motoriek zal ik zoveel mogelijk lekker naar buiten gaan en ze daar de ruimte geven om zelf te ontdekken wat ze al kunnen en zo nu en dan helpen bij nieuwe dingen. Voor de fijne motoriek heb ik verschillende activiteiten die ik aanbied, waaronder samen puzzelen, tekenen, kleien en knutselen. Maar ook stimuleren tot het brood of fruit eten met een vorkje. Voor de kleintjes heb ik ook een aantal speciale educatieve apps op de tablet gezet waar ze hun fijne motoriek en inzicht mee kunnen trainen. Ik ben een voorstander van het stimuleren van de zelfstandigheid. Ik kan goed inschatten wat een kind al wel zelf zou moeten kunnen en daarbij geef ik ze graag de ruimte dit ook zelf te doen. Denk hierbij aan het leren van nieuwe dingen voor het kind. Zoals het aantrekken van de jas, eten met een vork, maken een moeilijke(re) puzzel, aantrekken van schoenen, het drinken uit een beker en het stimuleren van de zindelijkheid.

Sociale ontwikkeling van het kind

Sociaal betekend omgang met anderen. Daar baby’s niet met sociale vaardigheden worden geboren is dat iets wat je ze aan moet leren. Baby’s genieten al wel van elkaars aanwezigheid,  als ik twee baby’s heb zet ik ze  gezellig tegenover elkaar in de wipstoeltjes. Of ik leg ze op een kleed op de buik om te laten kijken naar elkaar.  Ook een dreumes is nog niet sociaal vaardig, maar moet wel leren delen. Zo leer ik ze hier dat ze geen speeltjes van elkaar af mogen pakken, en laat ik ze lekker naast elkaar wat voor zichzelf doen. Als peuter ben je al wat socialer en wil je al wat meer samen doen, of graag hetzelfde. Hierin help ik ze graag. Dit door middel van bijvoorbeeld samen kleien en tekenen. Omdat kinderen uit zichzelf vrij zelfstandig georiënteerd zijn, stimuleer ik de interactie tussen kinderen. Maar ook als bijvoorbeeld één kind iets wil van een ander kind zal ik het kind aansporen om dat zelf aan het andere kind te vragen. En als er iets gedaan word wat de ander niet leuk vind leer ik ze ook dat zelf aan te geven.

Communicatieve vaardigheden

Vaak gaan kinderen vanaf een jaar woordjes spreken. Soms komt dit ook wel pas veel later op gang. Al vanaf dat ze baby zijn praat ik heel veel tegen kinderen. Ik benoem alles wat ik doe en zing al heel vroeg liedjes voor ze. Zodra ik merk dat een kindje woordjes gaat brabbelen probeer ik klanken na te laten bootsen, ooo, aaa, tttt, sss etc. Als ze dit goed doen dan beloon ik dat met heel enthousiaste reacties en dit vinden ze prachtig! Als kinderen wat meer kunnen praten probeer ik ook heel duidelijk te zijn in wat ik verwacht. Dan “versta” ik geen eeeuuhh en pruillipjes meer. Dan moeten ze zoveel mogelijk met woorden duidelijk maken wat ze willen. Natuurlijk kijk ik hierbij wel naar hoever een kind is.  Ik stimuleer ze zo veel mogelijk. Ook door gezellige praatjes te houden en grapjes te maken. En nog meer liedjes te zingen maar dan echt samen, en door voor te lezen en elkaar “voor te lezen”. Kinderen die goede communicatieve vaardigheden ontwikkelen bereiken veelal meer.

Normen en waarden

Normen en waarden zijn twee verschillende dingen.
Normen: zijn concrete regels en voorschriften en bepalen wat we doen.
Waarden: wij vinden iets belangrijk, onbelangrijk, mooi of lief. Dit zijn opvattingen en geen concrete regels.
Voor kinderen is het belangrijk dat we ze leren wat onze normen en waarden zijn, dit stuurt hen in hun gedrag en in de relaties naar anderen. Ook geeft het ze een bepaald zelfbeeld.

Wij zijn ons vaak niet eens bewust van dat we iets doen vanuit onze eigen normen en waarden, toch is het belangrijk dit te zien bij jezelf zodat je ze op een goede manier over kunt brengen naar de kinderen. Dit is natuurlijk niet alleen de taak van mij als gastouder maar ook van de ouders en andere volwassenen om het kind heen. Kinderen moeten het allemaal leren. Al onze normen en waarden. Het kan voor een kind soms best verwarrend zijn. Dingen die thuis wel mogen, mogen bij de gastouder niet, of juist andersom. Ook in de omgang met anderen moeten kinderen veel leren. Hierbij moet je denken aan vele verschillende kleine dingen, van het blijven zitten bij het eten tot het niet slaan of bijten van anderen. Omgaan met spullen, niet stukmaken, opruimen etc. Door kinderen op een correcte manier te wijzen op hun gedrag leer je het kind een zelfstandigheid op te bouwen, geef je het steeds meer zelfvertrouwen en creëer je een zelfbewuste levenshouding.

vlinder los